De Faja de las Flores is een van de meest iconische routes in het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido. Hoog boven de Ordesa-vallei wandel je langs steile rotswanden en geniet je van indrukwekkende uitzichten.
Wat deze tocht zo bijzonder maakt, is dat je op zo’n 2.400 meter hoogte boven de vallei uittorent. Onderweg verandert het landschap voortdurend: eerst wandel je door het bos, daarna over groene bergweiden, tot je bij het hoogtepunt van de route komt: de ”faja”, een richel die langs de bergwand loopt met spectaculaire uitzichten.
Op de route kom je ook twee passages met ijzeren klimijzers (clavijas) tegen: bij Salarons tijdens de klim en bij Cotatuero op de terugweg. Hier klim gezekerd langs de rotswand, wat de tocht nog avontuurlijker maakt!
VAN JUNI TOT OKTOBER
6 PERSONEN / GIDS
Vanuit het dal van de vallei lijkt de Faja de las Flores niet meer dan een smalle spleet in de enorme rotswand. Maar deze natuurlijke richel is zo’n 3 kilometer lang en op sommige plekken wel 4 meter breed.
Deze richel is ontstaan doordat de zachtere lagen zandsteen sneller afslijten dan het hardere gesteente. Daardoor zijn langs de bergwand deze opvallende richels gevormd.
Ondanks de mooie naam – letterlijk ‘bloemenrichel’ – is de Faja de las Flores geen ontspannen wandeling door een bloemenveld. Het is een pittige bergtocht met meer dan 1.000 hoogtemeters en enkele technische passages die niet geschikt zijn voor beginners.
De naam komt waarschijnlijk van de edelweiss die langs de route groeit, vooral in de omgeving van Cotatuero.
De tocht begint op de parkeerplaats van Pradera de Ordesa. Vanaf hier wandelen we richting Casa de Oliván, een oude jagershut, en volgen we het pad naar het Circo de Carriata, de Faja Racón en de Tozal del Mallo.
Het pad klimt steil omhoog door een bos van beuken en sparren. Hogerop maakt het bos plaats voor open bergweiden, waar we zicht krijgen op de imposante Tozal del Mallo.
Vanaf hier kunnen we kiezen uit twee routes: via de ijzeren klimijzers (clavijas) van Salarons of via het wandelpad van de Fajeta, waarmee we de klimijzers vermijden. Beide routes hebben steile en smalle stukken, en onze gidsen zijn er om deze veilig te passeren.
We hiken verder over een steile, met gras begroeide helling tot we via een smalle geul bij het begin van de Faja de las Flores komen.
Het pad over de richel is goed te volgen en de uitzichten zijn werkelijk spectaculair. We kijken uit over het Circo de Cotatuero, met in de verte de toppen van de Marboré, de Cilindro, Monte Perdido en Añisclo.
Het grootste deel van de richel is vrij breed, maar de hoogte en de steile afgronden maken de route toch behoorlijk indrukwekkend.
Tegen het einde wordt de richel smaller en het pad steiler. We kijken nu uit op de Brecha de Rolando, de Gabietos, de Taillón en de Tres Sorores, terwijl de Ordesa-vallei diep onder ons ligt. Je gids wijst je onderweg deze bijzondere plekken aan. En… heb je al marmotten of gemzen gespot?
De afdaling begint over een rotsachtig pad. Vervolgens bereiken we het Circo de Cotatuero, waar het meest technische deel van de tocht op ons wacht: de ijzeren klimijzers van Cotatuero (clavijas).
Je kunt dit gedeelte vergelijken met een via ferrata. Met behulp van 33 ijzeren klimijzers en een veiligheidskabel, die in de rotswand zijn verankerd, kruisen we een verticale rotswand. Dit is het meest uitdagende deel van de afdaling, maar de uitzichten zijn minstens zo indrukwekkend, met de waterval van Cotatuero vlak naast ons.
Onze gidsen zijn gecertificeerd en beschikken over de nodige uitrusting om je veilig door deze passage te begeleiden.
Benieuwd naar de geschiedenis van deze ijzeren klimijzers? Onderaan deze pagina lees je er meer over.
Vanaf hier dalen we verder af door het bos. Uiteindelijk komen we uit op het hoofdpad dat ons terugbrengt naar de Pradera de Ordesa.

We weten niet veel over de ijzeren klimijzers van Salarons. Wel weten we dat ze in 1921 zijn aangebracht om de toegang tot het Circo de Salarons te vergemakkelijken. Over de geschiedenis van de ijzeren klimijzers van Cotatuero is daarentegen veel meer bekend.
De ijzeren klimijzers van Cotatuero werden in 1881 aangebracht. In die tijd leefden de laatste Pyreneeënsteenbokken, ook wel bucardo’s genoemd, nog in de Ordesa-vallei. Deze zeldzame dieren trokken jagers van ver weg aan.
Edward Buxton, een Engelsman die in het Franse Pau woonde, drong aan op de aanleg van de klimijzers. Hij wilde deze route gebruiken om via de Brecha de Rolando (Rolandspas) Gavarnie te bereiken. Hij gaf een smid uit Torla de opdracht om de 33 ijzeren klimijzers te installeren.
De smid voerde het werk zelf uit, met hulp van zijn buurman, een forelvisser uit hetzelfde dorp. De klus kostte 250 peseta’s. Dat was weinig vergeleken met het geld dat Buxton aan zijn jachtexpedities uitgaf.
Buxton reisde vanuit Pau met 13 dragers, twee Franse gidsen en een grote Spaanse ploeg die hem hielp bij de jacht. Daarnaast betaalde hij de gemeenteraadsleden van Torla jaarlijks 350 frank om in de Ordesa-vallei te mogen jagen.
De eerste mensen die de route aflegden
Buxton heeft de ijzeren klimijzers echter nooit zelf gebruikt. Hij moest terug naar Engeland omdat zijn zoon ernstig ziek was.Tissandier en zijn gids Pujo waren de eersten die de route aflegden, op 14 juli 1892. De gebroeders Cadier volgden in 1903 en Lucien Briet in 1909. Briet noemde de klimijzers ‘een stevige, onveranderlijke ladder, geschikt voor papegaaien…’. Hij was niet de enige die er kritiek op had. Ook Henry Russell verzette zich fel tegen de aanleg. Volgens hem had die de berg beschadigd.
Was het dat allemaal waard? Een route aanleggen bij de ingang van het Circo de Cotatuero, de kou en het lawinegevaar trotseren en lange afstanden afleggen, alleen maar om op de bucardo te jagen?
Tegenwoordig is de bucardo uitgestorven, maar lange tijd bleef deze Pyreneeënsteenbok grotendeels onopgemerkt.
Pas in 1837 stelde Heinrich Rudolf Schinz, hoogleraar aan de Universiteit van Zürich, vast dat de bucardo een andere soort was dan de alpensteenbok. Hij zag verschillen in de hoorns, de baard en de kleur van de buik en de streep over de rug.
Opmerkelijk genoeg was Schinz zelf nog nooit in de Pyreneeën geweest. Zijn onderzoek was gebaseerd op een brief uit 1835 van Friedrich Brunch, een Duitse notaris met een grote verzameling vogels en wilde dieren.
Zonder ooit een levende bucardo te hebben gezien, maakte Schinz de soort bekend bij wetenschappers in Europa. Daardoor groeide de belangstelling voor dit zeldzame bergdier, en ook voor de jacht erop.
Er waren al weinig bucardo’s en doordat steeds meer mensen op deze pas ontdekte soort wilden jagen, werd hun overleving nog moeilijker. Volgens de gegevens werden er 77 dieren gedood, maar waarschijnlijk waren het er veel meer. De soort dreigde uit te sterven.
In 1913 werd de jacht op de bucardo verboden, maar toen waren er al zo weinig over dat de populatie zich niet meer herstelde. Pas in 1993 kwam er een plan om de soort te redden. Op dat moment waren er nog maar tien dieren over. Drie jaar later waren dat er nog maar vier.
De laatste bucardo was Celia, ook wel Laña genoemd. Ze was 13 jaar oud en woog 53 kilo. Op 6 januari 2000 kwam ze om het leven door een lawine. Die sleurde een zilverspar mee, die op haar viel in de Faja de Pelay.
Wetenschappers bewaarden haar genetisch materiaal in de hoop de soort via klonen terug te brengen. Ze probeerden meerdere keren bucardo-embryo’s te maken met kunstmatige bevruchting, maar geen van de zwangerschappen slaagde.
Misschien wordt het in de toekomst opnieuw geprobeerd. Er is alleen een groot probleem: er is genetisch materiaal van maar één vrouwtje bewaard.
Wat is er met Celia gebeurd?
Het lichaam van Celia werd overgebracht naar de faculteit Diergeneeskunde in Zaragoza. Daar legde een team van tien mensen haar kenmerken zorgvuldig vast. Sinds eind 2012 is ze te zien in het bezoekerscentrum in Torla.
De ethische vraag over de ijzeren klimijzers van Cotatuero
Mogelijk heeft Edward Buxton onbedoeld bijgedragen aan het verdwijnen van de bucardo door de ijzeren klimijzers van Cotatuero te laten aanbrengen. Hierdoor werd de route makkelijker te bereiken. Buxton doodde zelf slechts vier bucardo’s, maar dankzij de nieuwe route konden andere jagers de dieren misschien ook makkelijker bereiken.
Tegelijkertijd maakte Buxton zich zorgen over het milieu. Hij uitte herhaaldelijk kritiek op de schade die mensen in de Ordesa-vallei aanrichtten, bijvoorbeeld door beukenbomen te kappen.
Dat roept een interessante vraag op: als Buxton had geweten dat de route mogelijk zou bijdragen aan het uitsterven van de bucardo, had hij de klimijzers dan nog laten aanbrengen? Of had hij de passage liever ongemoeid gelaten, zodat jagers die op zoek waren naar deze bijzondere trofee er niet konden komen?
Bronnen
Desnivel; Heraldo; El Periódico de Aragón; Kees Woutersen (2012), El Buscador de los Pirineos, Kees Woutersen Publications.
Tarieven per persoon voor een groep van 4 personen. Andere groepsgroottes op aanvraag.
– Gecertificeerde berggids
– Aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering
– Klimgordel, helm en zekeringslijn
– Vervoer
– Pendelbus naar parking Pradera de Ordesa (alleen in het hoogseizoen)
– Picknicklunch
Een redelijke basisconditie is vereist. Je hebt geen blessures, aandoeningen of andere gezondheidsproblemen die het bergwandelen op paden en routes met wisselende hellingsgraden kunnen belemmeren.
Wandelschoenen, een wind- en waterdichte jas, een zonnebril, zonnebrandcrème, een rugzak van 20 liter, voldoende water en een picknicklunch. Neem in de herfst ook voldoende warme kleding, handschoenen en een warme muts mee.